Er was eens eens een dorp waar alleen blinden woonden. Op een dag kwam er een olifant het dorp in lopen en iedereen wilde natuurlijk te weten komen wat een olifant was. Omdat de inwoners blind waren, moesten zij naar het dier geleid worden. De drijver liet hen de olifant ervaren door deze te laten betasten. Natuurlijk raakte ieder een ander deel aan.
Tenslotte kwamen de blinden bij elkaar om elkaar van hun ervaringen te vertellen. Hij die de poot gevoeld had zei dat het dier was als een zuil en hij die de staart had betast, zei dat het dier was als een stok en zo ging het door met de oren, de slurf, de slagtanden, de dikke buik, enzovoort. Elke persoon beschreef het dier overeenkomst een eerder opgedane ervaring, iets waarmee zij hem konden vergelijken. Toen begonnen zij te discussiëren. ‘Jou olifant was niet de echte, de jouwe was illusie, de mijne is de enige echte, enzovoort.’
Later legde de drijver hun uit: ‘Niemand kan een volledig beeld van de olifant hebben. Het enige wat jullie kunnen doen, is al jullie verschillende ervaringen van ‘olifant’ bij elkaar brengen en uit al deze ervaringen kunnen jullie je een beeld vormen van een nieuw schepsel dat bekend staat als een ‘olifant’. Maar het is de som van al deze delen én iets meer, dat het hele schepsel ‘olifant’ vertegenwoordigt.’
Het grote geheel
Ook in mijn consulten waak ik ervoor dat ik te snel conclusies trek. Ik check daarom niet slechts één dingetje, maar een heel leefgebied. Natuurlijk niet zomaar; alle vragen gaan heel gericht. Ik leef me echt in en sta in onbevooroordeelde luisterstand. Naar aanleiding van wat jij mij verteld ontstaan bij mij vragen. Deze vragen zijn niet gericht op een snel antwoord, maar om jou te laten nadenken en jezelf verder te leiden naar jouw antwoord IN jouwzelf.